De koude nevel dringt dwars door zijn mantel
het prikt in zijn ogen,
bijt in zijn magere wangen
glijdt grillig langs zijn benen
Hij is niet bang meer
veel meer dan dat
hij verliest zijn
Zijn
Het kwijnen en het jammeren
het speeksel langs de tanden
de striemen op de rug
ogen droog.
hij is klaar met vechten
hoewel hij vocht
en vocht verloren.
Nog één keer wordt het zwaard geplant
het gevest recht omhoog
het Zwart slokt op en brengt de angst
de mantel waait straks weg
de mantel wijdt zich aan de mist
en niemand
die de drager mist
maandag 27 februari 2012
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten