Kou waait door de straten,
voetstappen weerklinken niet -de auto's schreeuwen er boven uit-
tranen worden niet gehoord, of niet gezien.
Inkt omlijst jouw gezicht, dat nu vereeuwigd is.
Jouw gezicht, dat de mensen aankijkt, of omhoog, de lucht in.
De verfrommelde, natte en betrapte krant van waaruit jij opkijkt zal eveneens gauw verdwijnen.
Dan gelooft niemand dit gedicht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten