waan mij al in't Paradijs
mijn tas al ingepakt voor de reis
Dan, als in een film
een hand
brengt mij terug in 't land
waar ik nu nog steeds verpand.
Dat schijn-paradijs
waarin ik mij bevond
was niet wit te noemen, niet plat of rond
het was geen schemering,
wel kou en ijs
niet zwart- of wit, niet rood of grijs
Hoe moet ik het beschrijven?
'k was in levende lijve
nou, levend, kon ik dat wel zijn?
Want het Paradijs was daar
werk'lijkheid of schijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten