Een donkere, cremebruine druppel geeft aarzelend toe en daalt naar benee.
Een zucht klinkt en de man kijkt op, naar de rest van zijn kamertje. Hij staart in het niets.
De zucht klinkt wederom en de man verdwijnt uit beeld.
Het geluid van pruttelende koffie.
De man komt weer in beeld. Hij zit op een hele kleine houten stoel,
een krant gevouwen in zijn schoot.
Naast het krakkemikkige tafeltje waarop het koffiezetapparaat sputtert, staat een boekenkast,
met daarin een dik boek. De rug is rafelig. Het boek is leeg, een dummy.
Ëén raam verschaft de man licht, en kijkt uit op een boom in een groen veld. De vruchten zijn rijp.
De handen van de man trillen als hij de krant openslaat. Zijn vinger zoekt, zoekt, is vochtig en trekt donkere strepen inkt over het papier.
Dan, na strepen, vegen en vlekken, is de vinger op zijn eindpunt. Gevonden.
'Mijn overlijdensakte'. De man glimlacht flauwtjes, en beseft het dan.
Voor altijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten