Zijn ogen staan flets
zijn blik is maar één
zijn nek is te mager
waar gaat hij toch heen
zijn grote shirt wappert
zijn haar valt al uit
zijn knieën zijn stuk
het maakt hem niet uit
de plas onder hem
weerspiegelt hem niet
al te lang van huis
familieverdriet
hij zucht nog een keer
scheidt fles van de dop
hij strijkt zich zacht neer
en geeft alles op.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten