donderdag 15 april 2010

Tijd

De Tijd is genadeloos, die gaat altijd maar door,
geeft de herinnering van nu, en van de tijd hiervoor
Na verloop van Tijd verandert je humeur: van verdrietig, blij, naar boos
de Tijd is hard, Tijd is gemeen, Tijd is genadeloos.

Tijd is genadig, want altijd wordt verleden Tijd
waardoor je terugdenkt, misschien wel soms met spijt
soms gaat het zelfs zó snel, dat je denkt: ik ben het kwijt.

Maar nee;
altijd weer weekend, ja wat er ook gebeurt
Dat is de gedachte die mijn donk're dagen kleurt
wanneer een angstige vlaag, aan mijn gedachten zeurt.

Altijd komt er een moment waarop je terugdenkt aan het 'toen'
ik wou dat ik nooit denken zou: 'dat had ik moeten doen'
in het verleden was je klein, en was je jong, en was je groen

Als jij je ogen sluit dan doet de Tijd dat net weer niet
Hij sluit zijn ogen nooit, niet voor plezier of voor verdriet
De Tijd is jouw getuige, en is hij die alles ziet

De Tijd zal op je tekenen, diepe lijnen in je lijf
als letters op papier of datgene wat ik zelf nu schrijf
Diepe rimpels trekken, littekens overal
of aanwijzingen naar mooie plekken, waar jij nog komen zal

Toen jij geboren werd, kwam je bij Tijd in schoot
die begon je toen te vormen, toen je net je eerste aanblik bood
de Tijd is er alTijd, ja bij het leven
bij de dood




Geen opmerkingen:

Een reactie posten