ik was alleen, ver van de stad
Het was al donker, de nacht was koud
er waren typische geluiden, waar zo'n horror-fan van houdt
De lucht daar was wat smerig, als een slecht geschilderd dak
soms voelde ik aanwezigheid, of hoorde 't knappen van een tak
Het engste wat ik mij herinner, daar in het midden van het bos
was dat ik een huilende vrouw zag, die daar rondsloop als een vos
Soms was ze duidelijk te zien, tussen bosjes, tussen bomen
Ik wilde gauw naar huis, maar wist niet hoe ik daar moest komen
Toen besloot ik ook te sluipen, hopend dat de vrouw mij dan niet zag
maar de grijze vrouw bleek blind te zijn, en ze snoof luid, had een lach
die mij kippenvel bezorgde, meer dan dat: ik was doodsbang
toen zong zij vals iets van dit tot mij: ´mijn taak is dat ik jou ophang´
Ik begon te rennen, schreeuwde moord en brand
maar niemand leek mij te horen, al was’k de enige in het land
Plots stond de blinde vrouw daar voor mij, met in de ene vuist een touw
of moet ik dat ding geen vuist noemen, ´t was met die nagels meer een klauw
Ik keerde om, begon te rennen, ging onderuit, schrok mij een hoedje
want ik stootte hard mijn hoofd, tegen een witgeworden kindervoetje
het wiegde heen en weer, het hele lijkje van dat kind
terwijl achter mij de feeks weer begon: ´het is mijn taak dat’k je verslind´
Ik zette het weer op een lopen, wist niet wanneer ik zou bezwijken
spoedig zou ik daar vast hangen, tussen al die witte lijken
Een mist trok op en ontnam mij het zicht
later stond de vrouw voor me en gaf verdomme dit bericht:
Bedankt mijn jongen, nu kan ik ook weer kijken
in ruil daarvoor zul jij nu op mij gaan lijken
je krijgt grijs haar en je wordt blind
je vermoord dan ieder kind
je hangt hen op aan deze lijn
pas daarna zul je bevrijd zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten